Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-07-2017   Wijziging Stb. 2017, 163 Stb. 2017, 164
01-01-2017 28-10-2016
art. 3.5
Wijziging Stb. 2016, 536 Stb. 2016, 536
  Wijziging Stb. 2016, 223 Stb. 2016, 223
18-06-2016 01-01-2016 Wijziging Stb. 2016, 223 Stb. 2016, 223
01-05-2016 01-07-2015 Wijziging Stb. 2016, 169 Stb. 2016, 169
01-07-2015   Wijziging Stb. 2015, 242 Stb. 2015, 242
02-05-2015 01-01-2015 Wijziging Stb. 2015, 162 Stb. 2015, 162
01-05-2015   Wijziging Stb. 2015, 155 Stb. 2015, 156
07-02-2015   Wijziging Stb. 2014, 366 Stb. 2015, 42
01-01-2015   Wijziging Stb. 2014, 520 Stb. 2014, 521
  Wijziging Stb. 2014, 348 Stb. 2014, 348
12-09-2014   Wijziging Stb. 2014, 320 Stb. 2014, 320
01-06-2014   Wijziging Stb. 2014, 177 Stb. 2014, 178
14-05-2014 01-04-2014 Wijziging Stb. 2014, 166 Stb. 2014, 166
31-01-2014 01-01-2014 Wijziging Stb. 2014, 41 Stb. 2014, 41
06-01-2014   Wijziging Stb. 2013, 495 Stb. 2013, 494
01-01-2014   Wijziging Stb. 2013, 510 Stb. 2013, 508
  Wijziging Stb. 2012, 494 Stb. 2012, 549
01-07-2013   Wijziging Stb. 2013, 30 Stb. 2013, 210
01-03-2013   Wijziging Stb. 2013, 40 Stb. 2013, 40
01-01-2013   Wijziging Stb. 2012, 4 Stb. 2012, 646
14-07-2012 01-07-2012 Wijziging Stb. 2012, 312 Stb. 2012, 312
01-07-2012   Wijziging Stb. 2012, 283 Stb. 2012, 283
01-01-2012   Wijziging Stb. 2011, 652 Stb. 2011, 651
  Wijziging Stb. 2011, 646 Stb. 2011, 645
  Wijziging Stb. 2011, 286 Stb. 2011, 419
09-07-2011   Wijziging Stb. 2011, 341 Stb. 2011, 341
01-07-2011   Wijziging Stb. 2011, 122 Stb. 2011, 122
01-04-2011   Wijziging Stb. 2010, 856 Stb. 2010, 856
12-03-2011   Wijziging Stb. 2011, 122 Stb. 2011, 122
01-01-2011   Wijziging Stb. 2010, 856 Stb. 2010, 839
08-10-2010 01-07-2010 Wijziging Stb. 2010, 702 Stb. 2010, 702
28-04-2010 01-01-2010 Wijziging Stb. 2010, 159 Stb. 2010, 160
01-10-2009   Wijziging Stb. 2009, 284 Stb. 2009, 283
18-09-2009   Wijziging Stb. 2009, 378 Stb. 2009, 378
01-01-2009 01-07-2008
art. 5.9
Wijziging Stb. 2008, 597 Stb. 2008, 601
15-09-2008   Wijziging Stb. 2008, 104 Stb. 2008, 339
01-01-2007   Wijziging Stb. 2006, 674 Stb. 2006, 675
  Wijziging Stb. 2006, 663 Stb. 2006, 664
14-12-2006 01-10-2006 Wijziging Stb. 2006, 635 Stb. 2006, 635
13-12-2006   Wijziging Stb. 2006, 626 Stb. 2006, 626
01-07-2006   Wijziging Stb. 2006, 305 Stb. 2006, 305
01-01-2006   Wijziging Stb. 2005, 724 Stb. 2005, 724
29-12-2005   Wijziging Stb. 2005, 658 Stb. 2005, 619
21-12-2005 01-07-2005
art. 5.11
Wijziging Stb. 2005, 658 Stb. 2005, 658
13-07-2005   Wijziging Stb. 2005, 351 Stb. 2005, 351
01-07-2005   Wijziging Stb. 2005, 279 Stb. 2005, 298
01-01-2005   Wijziging Stb. 2004, 719 Stb. 2004, 719
14-07-2004   Wijziging Stb. 2004, 327 Stb. 2004, 327
01-01-2004   Wijziging Stb. 2003, 388 Stb. 2003, 388
29-08-2003 01-01-2002
art. 5.2a
Wijziging Stb. 2003, 333 Stb. 2003, 333
01-03-2002   Wijziging Stb. 2001, 688 Stb. 2002, 110
01-01-2002   Nieuwe regeling Stb. 2001, 688 Stb. 2001, 688

 

 

BESLUIT van 20 december 2001 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en in verband daarmee van enige andere socialezekerheidswetten (Besluit SUWI)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 19 oktober 2001, nr. SUWI/SEC/2001/71128;
     Gelet op de artikelen 13, vijfde lid, 25, eerste lid, onderdeel d, 28, derde lid, en 73, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 125, derde lid, en 145, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 8, zevende lid, 10, vijfde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, en 33a, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 72, vijfde lid, van de Werkloosheidswet en artikel 8, vijfde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden;
     De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2001, nr. W12.01.0543/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 13 december 2001, nr. SUWI/SEC/2001/366;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1.1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
b. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
c. Wet Rea: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
d. WW: Werkloosheidswet;
e. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
g. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
h. arbeidsgehandicapte: arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 2 van de Wet Rea;
i. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
j. deskundige persoon: een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
k. Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen;
l. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
m. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
m. ZW: Ziektewet;
o. Zvw: Zorgverzekeringswet;
p. Zorginstituut: het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zvw;
q. zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
r. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie op grond van artikel 40 van de Wfsv toestemming is verleend het risico te dragen van de betalingen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de Wfsv;
s. gebruikers: het UWV, de SVB en de colleges van burgemeester en wethouders;
t. elektronische voorzieningen: elektronische voorzieningen als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de Wet SUWI;
u. door verlettering vervallen;
v. bestand: elk gestructureerd geheel van persoons- of bedrijfsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografische bepaalde wijze, dat volgens de bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende natuurlijke- of rechtspersonen;
w. bedrijfsgegeven: een gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare rechtspersoon;
x. bewerker: een bewerker als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
y. indicator: een gegeven dat de aanwezigheid van een bepaalde omstandigheid aannemelijk maakt;
z. risicomelding: de melding, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van de Wet SUWI;
aa. risicomodel: een model dat bestaat uit vooraf bepaalde indicatoren en aangeeft of er sprake is van een verhoogd risico op:
- onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen;
- belasting- en premiefraude; of
- het niet naleven van arbeidswetten;
bb. samenwerkingsverband: de samenwerking tussen twee of meer van de bestuursorganen of personen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI, met het oogmerk SyRI in te zetten en waarbij ieder van de samenwerkende bestuursorganen en personen tevens partij is bij de Samenwerkingsovereenkomst voor interventieteams;
cc. SyRI: het systeem risico- indicatie, bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de wet; ¹
dd. SyRI-project: het project dat met gebruikmaking van SyRI informatie vergaart voor de doelstelling van dat project en past binnen het doel, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet SUWI;
ee. verzoek: een verzoek als bedoeld in artikel 65, eerste lid, van de Wet SUWI.

1. Volgens de redactie dient "de wet" te worden vervangen door: de Wet SUWI.

 

 

HOOFDSTUK  2

Algemene bepalingen over uitvoering en samenwerking

 

Art. 2.1. Voorwaarden voor verrichten van andere werkzaamheden door UWV en SVB
-1. Onze Minister kan een besluit van het UWV of de SVB om andere werkzaamheden dan de in de Wet SUWI bedoelde taken uit te voeren uitsluitend goedkeuren, indien:
a. de goede uitvoering van de in die wet bedoelde taken daardoor niet in gevaar komt;
b. de andere werkzaamheden in opdracht en voor rekening en risico van de opdrachtgever worden uitgevoerd;
c. de Wet op het financieel toezicht in acht wordt genomen voor zover deze van toepassing is;
d. de uitvoering van die andere werkzaamheden gescheiden van de uitvoering van de wettelijke taken plaatsvindt, voor zover de andere werkzaamheid niet noodzaakt tot een gezamenlijke uitvoering.
-2. Het UWV, onderscheidenlijk de SVB, meldt de werkzaamheden, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet SUWI, binnen een termijn van vier weken na aanvang van die werkzaamheden.
-3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de prijzen die voor het verrichten van andere werkzaamheden in rekening worden gebracht. [RS]

 

Art. 2.2. Prestatie-indicatoren
De resultaten van werkzaamheden in verband met de taakuitoefening, bedoeld in artikel 9 van de Wet SUWI, worden beoordeeld aan de hand van:
a. voorkoming van uitkeringsinstroom, bij het UWV;
b. juiste en tijdige uitkeringsverstrekking, bij het UWV en de SVB;
c. bevordering uitstroom in relatie tot bemiddeling en re-integratie, bij het UWV;
d. klantgerichtheid, bij het UWV en de SVB;
e. efficiency, bij het UWV en de SVB;
f. ketenprestaties, bij het UWV en colleges van burgemeester en wethouders.

 

Art. 2.3. Samenwerking met werknemers- en werkgeversverenigingen
-1. De bestuursorganen en organisaties, genoemd in artikel 10a van de Wet SUWI, maken afspraken over de wijze van betrokkenheid van die organisaties bij de samenwerking van de bestuursorganen, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de Wet SUWI.
-2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, zien in ieder geval op:
a. de samenwerkingsvorm en inrichting van het samenwerkingsverband, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de inrichting van het bestuur, de regeling van het voorzitterschap en de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen;
b. de wijze waarop de betrokken colleges van burgemeester en wethouders het voorzitterschap van het bestuur verzorgen;
c. de wijze waarop de regionale uitvoering van de gemaakte afspraken wordt geregeld en de wijze waarop wordt aangesloten bij de bestaande regionale samenwerking;
d. de wijze waarop wordt omgegaan met de afzonderlijke van toepassing zijnde verordeningen die door de afzonderlijke gemeenteraden zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6, tweede lid, 8a en 47 van de Participatiewet;
e. de wijze waarop inzicht wordt geboden in de registratie van werkzoekenden met behulp van de elektronische voorzieningen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet SUWI;
f. de wijze waarop namens de colleges van burgemeester en wethouders taken op grond van artikel 7 van de Participatiewet worden uitgevoerd in het samenwerkingsverband in relatie tot de uitvoering van de andere taken op grond van artikel 7 van de Participatiewet, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan de verantwoording aan de afzonderlijke gemeenteraden;
g. de wijze waarop de werkgeversdienstverlening wordt ingericht, in relatie tot de bestaande structuur op grond van de Wet SUWI, waaronder ten minste wordt verstaan de werkgeversdienstverlening in het werkgeversservicepunt;
h. de wijze waarop de financiële betrokkenheid van werkgevers wordt geregeld; en
i. eisen waaraan een methode ter vaststelling van de loonwaarde als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet voldoet.
-3. Het samenwerkingsverband stelt een marktbewerkingsplan op, waarin een beschrijving wordt gegeven van de kenmerken van de personen die behoren tot de doelgroep van arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b van de Wfsv, in de regio, de ¹ mogelijkheden van die personen, waarin een analyse is opgenomen van de sectoren en bedrijven waar vacatures voor deze personen bestaan of kunnen worden gecreëerd en waarin de afspraken zijn opgenomen over de wijze van aanlevering en bemiddeling van die personen.
-4. Het samenwerkingsverband draagt iedere twee jaar, te beginnen in 2016, zorg voor een evaluatie van de samenwerking.

1. Volgens de redactie dient ", in de regio, de" te worden vervangen door: in de regio en de.

 

 

HOOFDSTUK  3

Regels over registratie van vreemdelingen als werkzoekende

 

Art. 3.1. Registratie van vreemdelingen als werkzoekende
-1. Het UWV registreert op diens verzoek als werkzoekende:
a. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onderdeel b of l, van de Vreemdelingenwet 2000;
b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000, die onvrijwillig werkloos is terwijl het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, nog van toepassing is, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsluit;
c. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsloot, indien de vreemdeling onvrijwillig werkloos is, en mits hij:
1º. vóór de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating; of
2º. binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of buiten die termijn, ingeval artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000.
-2. De registratie eindigt voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zodra:
a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist; of
b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven.

 

 

HOOFDSTUK  3A

Regels over registratie van arbeidsbeperkten en beoordeling verdienmogelijkheid wettelijk minimumloon

 

Art. 3.2. Gegevenskenmerken doelgroepregistratie en geldigheidstermijn registratie
-1. Ten aanzien van de arbeidsbeperkte die wordt opgenomen in de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, worden de volgende gegevens vastgelegd:
a. het burgerservicenummer;
b. de aanduiding of hij een arbeidsbeperkte is als bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel a, onderdeel b, onderdeel c, onderdeel d onderscheidenlijk onderdeel e, tweede lid,¹ van de Wfsv of de aanduiding dat hij een arbeidsbeperkte is op grond van artikel 38f, vijfde lid, van de Wfsv;
c. de datum van registratie;
d. voor zover van toepassing de datum waarop de registratie eindigt.
-2. De registratie van een arbeidsbeperkte is geldig zolang wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, van de Wfsv, of zolang sprake is van een gelijkgestelde arbeidsbeperkte als bedoeld in artikel 38f, vijfde lid, van de Wfsv, met dien verstande dat de registratie eindigt ten aanzien van:
a. de arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wfsv, en de gelijkgestelde arbeidsbeperkte op grond van artikel 38f, vijfde lid, van de Wfsv die niet meer aan de voorwaarden voldoet, op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan;
b. de arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel c, van de Wfsv, die niet meer aan de voorwaarden voldoet, op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan, tenzij hij vóór die datum wederom recht heeft op arbeidsondersteuning of een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
-3. De registratie van een arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 2.24 van het Besluit Wfsv, is geldig zolang wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat artikel 2.24, met dien verstande dat de registratie eindigt ten aanzien van die arbeidsbeperkte:
a. indien betrokkene aan het werk gaat en het college ² vaststelt dat hij niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 6 van de Participatiewet, op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop het college ² die vaststelling doet;
b. indien het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 10d van de Participatiewet vaststelt dat betrokkene niet langer behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 6 van de Participatiewet, op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop het college die vaststelling doet, met dien verstande dat de registratie niet eindigt indien van betrokkene door de gemeente is vastgesteld dat hij nog wel medisch urenbeperkt is als bedoeld in artikel 6b, eerste lid, van de Participatiewet;
c. indien het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 6b, eerste lid, van de Participatiewet vaststelt dat betrokkene niet langer medisch urenbeperkt is, op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop het college die vaststelling doet, met dien verstande dat de registratie niet eindigt indien betrokkene nog wel behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 6 van de Participatiewet.
-4. De registratie van een arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 2.25 van het Besluit Wfsv, is geldig zolang wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat artikel 2.25, met dien verstande dat de registratie eindigt ten aanzien van die arbeidsbeperkte indien die niet meer aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.25 van het Besluit Wfsv, voldoet, op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop niet meer aan die voorwaarden wordt voldaan.
-5. De registratie van een arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 2.25 van het Besluit Wfsv, is geldig zolang wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in dat artikel 2.25, met dien verstande dat de registratie eindigt ten aanzien van die arbeidsbeperkte indien het UWV aan het college van burgemeester en wethouders ten aanzien van die arbeidsbeperkte adviseert dat hij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en dat het college dit op grond van artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet heeft vastgesteld, op de dag direct volgend op die vaststelling.
-6. De registratie van een arbeidsbeperkte die zowel op grond van artikel 2.25, tweede, derde, vierde of vijfde lid, van het Besluit Wfsv als op grond van artikel 2.24 van het Besluit Wfsv is opgenomen in de registratie, is geldig zolang wordt voldaan aan de voorwaarden, genoemd die artikelleden, met dien verstande dat de registratie eindigt ten aanzien van die arbeidsbeperkte indien de persoon zelf verzoekt de registratie te beëindigen, op de dag direct volgend op dat verzoek.
-7. De registratie van de arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, is geldig zolang wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, met dien verstande dat de registratie eindigt ten aanzien van die arbeidsbeperkte indien die niet meer aan die voorwaarden voldoet, op 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op de datum waarop niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan.

1. Volgens de redactie dient "onderdeel a, onderdeel b, onderdeel c, onderdeel d onderscheidenlijk onderdeel e, tweede lid" te worden vervangen door: onderdeel a, b, c, d of e, of tweede lid.
2. Volgens de redactie dient "college" te worden vervangen door: college van burgemeester en wethouders.

 

Art. 3.2a. Registratie inleenverbanden
-1. Ten behoeve van de berekening van het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g, derde lid, van de Wfsv, voor de vaststelling van de quotumheffing, verwerkt het UWV in verband met de registratie van arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, gegevens over inleenverbanden als bedoeld in artikel 2.27 van het Besluit Wfsv.
-2. Het UWV verwerkt voor de inleenverbanden, bedoeld in het eerste lid, de gegevens, vastgesteld in artikel 3.2b over de uitlener, de inlener en de arbeidsbeperkte, bedoeld in artikel 2.27 van het Besluit Wfsv, met het oog op het ter beschikking stellen door de uitlener van de arbeidsbeperkte aan de inlener om arbeid te verrichten.
-3. Het UWV verstrekt de Belastingdienst uit eigen beweging de gegevens, die zijn verkregen op grond van het eerste lid, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taak op grond van hoofdstuk III, afdeling 4, paragraaf 4a, van de Wfsv.
-4. Het UWV is bevoegd gegevens die het verwerkt voor de uitvoering van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 30d van de Wet SUWI, te verwerken voor inleenverbanden.

 

Art. 3.2b. Gegevens inleenverbanden
-1. Van een inleenverband worden de volgende gegevens door het UWV verwerkt:
a. het burgerservicenummer van de uitgeleende arbeidsbeperkte;
b. het identificatienummer van de uitlener;
c. het identificatienummer van de inlener, aangeleverd door de uitlener, overeenkomstig artikel 2.29 van het Besluit Wfsv; en
d. het aantal toe te rekenen verloonde uren van de uitgeleende arbeidsbeperkte in het kalenderjaar waarover de quotumheffing wordt geheven dat de uitlener toerekent aan de inlener.
-2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het eerste lid.

 

Art. 3.3. Ambtshalve verstrekking gegevens door UWV
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het UWV opgave doet aan de werkgever wie van zijn werknemers, of arbeidskrachten die aan de werkgever ter beschikking zijn gesteld om onder zijn leiding en toezicht arbeid te verrichten, zijn opgenomen in de registratie arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, op basis van het burgerservicenummer op de momenten die bij die regeling zijn bepaald. Bij deze regeling kan worden bepaald dat bij de opgave van het UWV de datum waarop de registratie eindigt, wordt vermeld.

 

Art. 3.4. Gegevensverwerking ten behoeve van uitvoering Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten
-1. De gegevens die de colleges van burgemeester en wethouders op grond van de artikelen 77 van de Wet SUWI, 78 van de Participatiewet, 55 van de Ioaw en 55 van de Ioaz aan Onze Minister verstrekken en worden verwerkt in verband met informatie over voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet, worden tevens verstrekt ten behoeve van de uitvoering van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
-2. Onze Minister is bevoegd de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ook indien deze gegevens worden verkregen door tussenkomst van het Centraal bureau voor de statistiek, te verstrekken aan het UWV ten behoeve van de verwerking in de registratie, bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de bevordering van arbeidsdeelname van arbeidsbeperkten en voor de vaststelling van de quotumheffing, bedoeld in artikel 38h van de Wfsv.
-3. Het UWV verstrekt de gegevens die het UWV verwerkt in de registratie arbeidsbeperkten, bedoeld in artikel 38d van de Wfsv, op verzoek van Onze Minister aan een door Onze Minister aan te wijzen derde ten behoeve van onderzoek en statistiek in verband met de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
-4. Bij ministeriële regeling worden de gegevens, bedoeld in het eerste lid, nader bepaald en kan het Centraal bureau voor de statistiek worden gemachtigd deze gegevens rechtstreeks aan het UWV te verstrekken.

 

Art. 3.5. Beoordeling verdienmogelijkheid wettelijk minimumloon
-1. Het UWV verricht op verzoek van het college van burgemeester en wethouders een beoordeling of een persoon, bedoeld in artikel 38b, eerste lid, onderdeel a, van de Wfsv, in staat is het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Participatiewet, te verdienen.
-2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de vergoeding van de kosten van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, door het college van burgemeester en wethouders aan het UWV.
-3. In het kader van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt door het UWV het arbeidsvermogen van de betrokken persoon beoordeeld.
-4. Het arbeidsvermogen, bedoeld in het derde lid, wordt getoetst aan de methodiek van drempelfuncties die het UWV hanteert bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
-5. Onder een drempelfunctie als bedoeld in het vierde lid wordt verstaan een bestaande functie op de Nederlandse arbeidsmarkt die de ondergrens van de verdiencapaciteit markeert, met een minimale belasting waardoor deze geschikt is voor mensen met beperkingen.
-6. Indien uit de analyse, bedoeld in het derde en vierde lid, blijkt dat een persoon geen drempelfunctie of voor een deel één drempelfunctie kan uitvoeren, wordt de persoon niet geacht in staat te zijn het minimumloon te verdienen, met dien verstande dat de beperkingen of belemmeringen die een persoon ondervindt naar verwachting nog ten minste voor zes maanden na de beoordeling zullen bestaan.
-7. Indien uit de analyse, bedoeld in het derde en vierde lid, blijkt dat een persoon één drempelfunctie kan uitvoeren of één drempelfunctie kan uitvoeren met behulp van aanpassingen, wordt de persoon geacht in staat te zijn het minimumloon te verdienen.
-8. Met betrekking tot de beoordeling door het UWV of een persoon een arbeidsbeperkte is als bedoeld in artikel 38b, tweede lid, van de Wfsv, is dit artikel van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van het zevende lid uit de analyse, bedoeld in het derde en vierde lid, blijkt dat een persoon één drempelfunctie met behulp van een voorziening op grond van artikel 10 van de Participatiewet of op grond van artikel 35 van de Wet WIA kan uitvoeren.
-9. Op een beoordeling als bedoeld in het eerste lid waarom verzocht is vóór 28 oktober 2016 is het zevende lid zoals dat luidde op 27 oktober 2016 van toepassing.

 

 

HOOFDSTUK  4

Re-integratie

 

§ 4.1.  Contracteisen voor publieke opdrachtgevers

 

Art. 4.1. Inhoud van contracten publieke uitvoerders/re-integratiebedrijven
-1. Bij de toepassing van artikel 30a, negende lid, van de Wet SUWI laat het UWV de werkzaamheden verrichten op grond van een schriftelijke overeenkomst waarin in elk geval is geregeld dat het re-integratiebedrijf verplicht is:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.