[Regeling van 6 maart 2000, Stcrt. 2000, 62. Inwerkingtreding: 1 april 2000 (Stb. 2000, 129)]

 

6 maart 2000/nr. CIM2000/57957
Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden

     De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
     Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Remigratiewet;

     Besluit:

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder wet: de Remigratiewet.

Artikel 2

Tot minderheidsgroep als bedoeld in Artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de wet worden aangewezen:

  • a. personen met de Griekse, de Italiaanse, de ex-Joegoslavische, de Kaapverdische, de Marokkaanse, de Portugese, de Spaanse, de Tunesische en de Turkse nationaliteit en personen die in het bezit zijn geweest van genoemde nationaliteiten;

  • b. personen met de Surinaamse nationaliteit, personen die in het bezit zijn geweest van genoemde nationaliteit en personen met de Nederlandse nationaliteit die in Suriname zijn geboren;

  • c. personen die voorkomen of voorkwamen in het register, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet Rietkerk-uitkering;

  • d. vreemdelingen die in Nederland rechtmatig verblijf hebben of hebben gehad op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000 en personen die in het kader van gezinshereniging met een vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000 naar Nederland zijn gekomen.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing doelgroepen Remigratiewet.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel
.