Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
23-07-2016   Wijziging Stcrt. 2016, 38403 Stcrt. 2016, 38403
01-07-2015 01-04-2015 Wijziging Stcrt. 2015, 17649 Stcrt. 2015, 17649
01-04-2015   Wijziging Stcrt. 2015, 8667 Stcrt. 2015, 8667
15-09-2013   Wijziging Stcrt. 2013, 25770 Stcrt. 2013, 25770
01-10-2010   Wijziging Stcrt. 2010, 13558 Stcrt. 2010, 13558
01-01-2010   Wijziging Stcrt. 2009, 19487 Stb. 2009, 581
13-10-2009   Wijziging Stcrt. 2009, 15328 Stcrt. 2009, 15328
29-05-2009   Wijziging Stcrt. 2009, 95 Stcrt. 2009, 95
06-09-2008   Wijziging Stcrt. 2008, 171 Stcrt. 2008, 171
01-10-2005   Nieuwe regeling Stcrt. 2005, 189 Stcrt. 2005, 189

 

 

REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 september 2005, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/R&S/2005/73174, houdende regels met betrekking tot de financiering van scholing van jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen (Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbelemmeringen) ¹

1. Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel H, van de Regeling van 24 maart 2015, Stcrt. 2015, 8667, is de Subsidieregeling scholing jonggehandicapten met ernstige scholingsbeperkingen met ingang van 1 april 2015 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen.

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 50a van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. persoon met ernstige scholingsbelemmeringen: persoon als bedoeld in de artikelen 2:3 of 3:2 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die nog geen diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs heeft verworven, die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en kenmerken heeft zoals opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage, die:
1º. na scholing of opleiding, die strekt tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, in staat is om algemeen geaccepteerde arbeid te verrichten als bedoeld in de artikelen 2:5 en 3:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 6, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet; en
2º. als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek, ook met toepassing van voorzieningen als bedoeld in de artikelen 35 en 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 7, eerste lid, onderdeel a, en 10, eerste lid, van de Participatiewet, 2:22 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 19a van de Wet overige OCW-subsidies, ernstige belemmeringen ondervindt bij het deelnemen aan dergelijke scholing of opleiding;
c. scholingsinstelling: rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf door scholing de inschakeling van personen met ernstige scholingsbelemmeringen in de arbeid bevordert;
d. cohort: een groep personen met ernstige scholingsbelemmeringen die in een bepaald kalenderjaar zijn opleiding aan een scholingsinstelling is aangevangen;
e. cohortperiode: periode van drie jaar en zeven maanden waarin een cohort een opleiding volgt aan een scholingsinstelling;
f. trajectprijs: omvang van de subsidie als bedoeld in artikel 8 gedeeld door het begrote opleidingsresultaat of de aangegane dienstbetrekking, bedoeld in artikel 13;
g. het college: het college van burgemeester en wethouders.

 

Art. 1a. Vaststelling persoon met ernstige scholingsbelemmeringen
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen oordeelt of een persoon waarvoor het college verantwoordelijk is een persoon met ernstige scholingsbelemmeringen is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, met dien verstande dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de persoon alleen beoordeelt op de sociaal-medische criteria van de bij deze regeling behorende bijlage.
-2. Voor de beoordeling van een persoon waarvoor het college verantwoordelijk is, maakt de persoon gebruik van een daartoe door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te verstrekken formulier. Bij de aanvraag overlegt de persoon op verzoek van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen alle gegevens die nodig zijn om vast te stellen of hij een persoon met ernstige scholingsbelemmeringen is als bedoeld in artikel 1, onderdeel b.
-3. Indien het college verantwoordelijk is voor de re-integratie van een persoon, neemt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, niet in behandeling dan nadat deze persoon schriftelijk instemming heeft verkregen van het college.

 

Art. 1b. Grondslag
Deze regeling berust op de artikelen 2:29, eerste lid, en 3:49, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 32c, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

 

Art. 2. Subsidie scholingsinstellingen
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt één keer per drie jaar op aanvraag, telkens voor de duur van vijf kalenderjaren en zeven maanden, subsidie ten behoeve van een scholingsinstelling die beroepsonderwijs voor personen met ernstige scholingsbelemmeringen verzorgt als bedoeld in artikel 7.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs en dat onderwijs is gericht op het verwerven van arbeidsmarktgerichte diploma’s of deelcertificaten.
-2. De beschikking tot verlening van subsidie als bedoeld in het eerste lid vermeldt de verhouding tussen het bedrag van de subsidie en de door de subsidieontvanger te verrichten activiteiten.
-3. In afwijking van het eerste lid verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor het jaar 2017 subsidie voor de duur van drie kalenderjaren en zeven maanden.

 

Art. 3. Subsidieplafond
De minister stelt één keer per vier jaar, telkens voor de duur van vijf kalenderjaren en zeven maanden, het subsidieplafond per cohort vast en doet hiervan mededeling in de Staatscourant. [Rss06-08] [Rss07-09] [Rss14-20]

 

Art. 4. Verdeling beschikbare subsidie over aanvragers
-1. Na het verstrijken van de periode van indiening, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, worden de aanvragen per cohort ingedeeld naar de ernst van de handicap of de behoefte aan scholing van de cursisten op wie de aanvraag betrekking heeft.
-2. Per cohort worden de aanvragen in een rangorde geplaatst. Daarbij worden de aanvragen beoordeeld naar de verhouding tussen de kosten van de opleiding en het percentage personen dat na afronding van de door de scholingsinstelling verzorgde scholing een dienstbetrekking aangaat, waarbij de aanvraag met de gunstigste verhouding als eerste in de rangorde wordt geplaatst.
-3. Indien het subsidiebedrag dat verleend kan worden aan de subsidieaanvrager wiens aanvraag als eerste in de rangorde is geplaatst lager is dan het subsidieplafond per cohort, bedoeld in artikel 3, verleent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat subsidiebedrag. Indien aan de aanvrager van de volgende aanvraag een subsidiebedrag kan worden verleend dat lager is dan het bedrag dat na beslissing op de eerste aanvraag resteert, verleent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ook aan die aanvrager dat subsidiebedrag, en zo vervolgens.
-4. Indien in de rangorde een aanvraag aan de orde is waarop een hoger bedrag kan worden verleend dan het bedrag dat van het subsidieplafond per cohort resteert, wordt het subsidiebedrag bepaald gelijk aan het van het subsidieplafond per cohort resterende bedrag.
-5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wijst resterende aanvragen af.

 

Art. 5. Subsidieaanvrager
-1. De subsidie wordt aangevraagd door een

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.