Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
22-09-2004   Intrekking Stcrt. 2004, 180 Stcrt. 2004, 180
06-01-2002 01-01-2002 Nieuwe regeling Stcrt. 2002, 3 Stcrt. 2002, 3

 

 

21 december 2001/nr. AM/RAW/2001/85579
Directie Arbeidsmarkt

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definitie
In deze regeling wordt verstaan onder de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Art. 2. Toepassingsgebied
De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.

 

Art. 3. Subsidieverstrekking
-1. De minister verstrekt op of omstreeks 1 maart 2002 en op of omstreeks 1 maart 2003 aan de gemeenten een subsidie voor kosten die verband houden met de invoering van de volledige reïntegratieverantwoordelijkheid voor gemeenten voor niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.
-2. De totaal beschikbare subsidie bedraagt €|9,665 miljoen voor het kalenderjaar 2002 en €|9,665 miljoen voor het kalenderjaar 2003.
-3. De totaal beschikbare subsidie wordt per kalenderjaar als volgt over de gemeenten verdeeld. Eerst wordt aan elke gemeente een vast bedrag beschikbaar gesteld van €|4538,00. Het dan nog resterende deel van de beschikbare subsidie wordt voor de helft over de gemeenten verdeeld naar rato van het aantal personen dat woonachtig is in de gemeente met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet op 31 december 2000 en voor de andere helft verdeeld naar rato van het aantal personen dat op 31 december 2000 in de gemeente woonachtig was en als niet-werkende werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de Arbeidsvoorzieningswet 1996, zoals die wet op genoemd tijdstip luidde, geregistreerd stond.
-4. De hoogte van de subsidie van de gemeenten is voor het kalenderjaar 2002 en het kalenderjaar 2003 vastgesteld volgens de bijlage die bij deze regeling behoort.

 

Art. 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

 

Art. 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vergoeding uitvoeringskosten reïntegratie niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage ¹ in de Staatscourant worden geplaatst.

1. Raadpleeg voor de bijlage Staatscourant. 2002, 3, red.

 

's-Gravenhage, 21 december 2001.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

TOELICHTING
[21 december 2001]

 

    Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen worden gemeenten met ingang van 2002 volledig verantwoordelijk voor de reïntegratie van niet-uitkeringsgerechtigden [NUG-ers, red.] en personen met een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw).
     De gemeenten krijgen daarvoor extra subsidie toegekend, door middel van een aanvulling op het scholings- en activeringsbudget in het kader van de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw). Dit laatste is vastgelegd in een wijziging van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden (Buf), dat op 1 november 2001 in het Staatsblad werd gepubliceerd (Staatsblad 2001, 505). Tevens is in dat besluit een financieringssystematiek vastgelegd. Deze is voor een periode van twee jaar bedoeld; daarna zal worden overgegaan op prestatiefinanciering.
     Het totaal te verlenen extra subsidiebedrag ten behoeve van de reïntegratie van niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-gerechtigden in 2002 bedraagt €|96,65 miljoen (ƒ213 miljoen). Daarvan is 90% (dus totaal €|86,985 miljoen) bestemd als programmageld; dit geld wordt over de gemeenten verdeeld volgens de verdeelsleutel die is vastgelegd in het Buf (zie bovenstaande); in januari ontvangen de gemeenten een beschikking waarin het toegekende bedrag staat vermeld. Daarnaast moet nog worden voorzien in een vergoeding voor gemeentelijke uitvoeringskosten; daarvoor is 10% van het totaal beschikbaar (dus €|9,665 miljoen). Onderhavige subsidieregeling dient ter toekenning van een vergoeding voor gemeentelijke uitvoeringskosten voor de reïntegratie van niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-gerechtigden. Daarbij zijn geen nadere voorwaarden gesteld aan de besteding van de middelen. Dit op grond van het uitgangspunt dat het de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf is om de reïntegratie van NUG-ers en Anw-ers zo goed mogelijk vorm te geven. Bovendien geldt dat de hoogte van het totaal toegekende subsidiebedrag niet in redelijke verhouding zou zijn tot de administratieve lasten die samenhangen met het toezicht op naleving van de bestedingsvoorwaarden.
     De subsidiegelden zijn om die reden met de onderhavige regeling reeds vastgesteld op de bedragen die in de bijlage zijn opgenomen.
     De regeling voorziet in een subsidie van in totaal €|9,665 miljoen (ƒ21,3 miljoen) voor het jaar 2002. Ook voor het jaar 2003 zal aan de gemeenten dezelfde tegemoetkoming in de uitvoeringskosten worden verstrekt. Met ingang van 2004 zal de hele financieringssystematiek worden gewijzigd met het oog op invoering van prestatiefinanciering. Dan zal worden bezien of een afzonderlijke vergoeding voor uitvoeringskosten in een dergelijke systematiek past.
     Voor de verdeling van de subsidie voor uitvoeringskosten is gekozen voor de volgende verdeelmethode: elke gemeente krijgt een basisbedrag van €|4538,- (ƒ10 000,-), omdat uitvoeringskosten deels een vast karakter hebben en niet afhankelijk zijn van de grootte van de gemeente.
     Het meerdere wordt verdeeld volgens dezelfde systematiek die wordt gehanteerd bij de verdeling van het programmageld over de gemeenten. Deze verdeelsleutel volgt het voornoemde Besluit uitvoering en financiering Wiw en wordt voor de helft bepaald door de verdeling van het aantal niet-uitkeringsgerechtigden over de gemeenten en voor de andere helft door de verdeling van het aantal Anw-gerechtigden. Beide groepen zijn ongeveer even groot.
     De verdeling van het aantal Anw-gerechtigden kan nauwkeurig worden vastgesteld op basis van de bestanden van de Sociale verzekeringsbank. De verdeling van het aantal niet-uitkeringsgerechtigden over de gemeenten is afgeleid uit de bestanden van de voormalige Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Daar was tot nu toe het aantal niet-werkende werkzoekenden geregistreerd. Hoewel dit een bredere categorie betreft dan uitsluitend werkzoekenden zonder uitkering, is uit bestandsvergelijkingen gebleken dat er een grote correlatie bestaat tussen deze twee grootheden, zodat het gebruik van deze gegevens gerechtvaardigd is.

     Bijgevoegd is een bijlage waarin per gemeente is aangegeven op welk bedrag de gemeente zowel in het kalenderjaar 2002 als het kalenderjaar 2003 recht heeft, berekend volgens genoemde verdeelsleutel.
     Bij de toekenningsbrief waarbij de subsidie Wiw voor 2002 werd toegekend en die alle gemeenten vóór 1 oktober 2001 hebben ontvangen, werd al een voorlopige indicatie gegeven van het voor 2002 te ontvangen bedrag voor reïntegratie van niet-uitkeringsgerechtigden en personen met een Anw-uitkering. Deze indicatie gaf het bedrag weer van programmakosten en uitvoeringskosten tezamen. Het ging daarbij nadrukkelijk om een indicatie, omdat een definitieve beschikking pas kan worden afgegeven wanneer het wetsvoorstel SUWI daadwerkelijk met ingang van 1 januari 2002 van kracht is geworden. Aangezien bij het bepalen van het indicatieve bedrag gebruik gemaakt moest worden van voorlopige cijfers van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, kan het definitieve budget van de indicatie afwijken. Dit zal bij de toekenning verder worden toegelicht.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.