Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2017   Wijziging Stb. 2016, 527 Stb. 2016, 527
  Wijziging Stb. 2016, 484 Stb. 2016, 509
  Wijziging Stcrt. 2016, 53652 Stcrt. 2016, 53652
  Wijziging Stb. 2014, 520 Stb. 2014, 520
samen met
Stb. 2015, 520
01-12-2016   Wijziging Stb. 2016, 418 Stb. 2016, 418
09-11-2016 01-02-2016
deels
Wijziging Stb. 2016, 418 Stb. 2016, 418
01-08-2016   Wijziging Stb. 2015, 448 Stb. 2016, 271
26-01-2016 01-01-2016 Wijziging Stcrt. 2016, 2961 Stcrt. 2016, 2961
04-01-2016   Wijziging Stb. 2015, 520 Stb. 2015, 520
01-01-2016   Wijziging Stb. 2015, 520 Stb. 2015, 520
01-01-2015 Wijziging Stb. 2015, 448 Stb. 2015, 448
  Wijziging Stcrt. 2015, 42523 Stcrt. 2015, 42523
  Nieuwe regeling Stb. 2014, 520 Stb. 2014, 521
30-05-2015   Nieuwe regeling Stb. 2014, 520 Stb. 2015, 188
01-01-2015   Nieuwe regeling Stb. 2014, 520 Stb. 2014, 520
  Nieuwe regeling Stb. 2014, 520 Stb. 2014, 521

 

 

BESLUIT van 9 december 2014, houdende regels inzake de langdurige zorg (Besluit langdurige zorg)

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 oktober 2014, kenmerk 673059-126985-WJZ;
     Gelet op de artikelen 2.1.1, vierde en vijfde lid, 2.2.1, tweede lid, 3.1.1, tweede lid, 3.1.3, eerste en tweede lid, 3.2.1, vierde en vijfde lid, 3.2.3, vijfde lid, 3.2.5, eerste en tweede lid, 3.2.6, eerste en tweede lid, 3.3.2, achtste lid, 3.3.3, eerste, vijfde en zesde lid, 3.3.5, tweede en vierde lid, 4.1.1, vierde en zesde lid, 4.2.4, tweede, derde en vierde lid, 5.1.4, 7.1.2, derde en vijfde lid, 8.1.1, tweede lid, 10.1.4, eerste lid, 11.1.4, eerste lid, en 12.4.8, eerste en tweede lid, van de Wet langdurige zorg, artikel 60, tweede en derde lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, artikel 2 en 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg, artikel 91 van de Wet financiering sociale verzekeringen,¹ artikel 1, tweede lid, 5, tweede lid, en 6 van de Wet toelating zorginstellingen, artikel 1, tweede lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen, artikel 11, derde lid, van de Zorgverzekeringswet, artikel 2, tweede lid, van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, artikel 8.1.8, tweede lid, van de Jeugdwet, artikel 2.1.4, vierde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de artikelen 6.16 en 6.25 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 91, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 54 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, artikel 11, zevende lid,² van de Wet sociale werkvoorziening, artikel 1, tweede lid, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, artikel 13 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 29, derde lid, van de Mededingingswet, artikel 2, vijfde lid, van de Kaderwet militaire pensioenen, artikel 70c van de Woningwet, artikel 11, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, artikel 29, eerste lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens en artikel 38a van het Wetboek van Strafrecht;
     De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 november 2014, nr. W13.14.0367/III);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 5 december 2014, kenmerk 697545-130582;

1. Volgens de redactie dient "artikel 91 van de Wet financiering sociale verzekeringen," te vervallen.
2. Volgens de redactie dient "zevende lid" te worden vervangen door: vijfde lid.

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1.1.1.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- ADL-assistentie: gedurende het gehele etmaal direct oproepbare assistentie bij algemene dagelijkse levensverrichtingen in en om de ADL-woning, bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet, waaronder alarmopvolging bij een noodoproep;
- belasting:
1º. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: over dat jaar verschuldigde inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
2º. in de overige gevallen: in dat jaar ingehouden loonbelasting, bedoeld in artikel 20 van de Wet op de loonbelasting 1964, vermeerderd met de in dat jaar ingehouden premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
- beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- budgetplan: overzicht van de door de verzekerde of diens wettelijk vertegenwoordiger voorgenomen besteding van een aan te vragen persoonsgebonden budget;
- dag: kalenderdag;
- eigen bijdrage: bijdrage van de verzekerde in de kosten van zorg;
- gebruikelijke zorg: normale, dagelijkse zorg die ouders geacht worden te bieden aan inwonende kinderen;
- grondslag sparen en beleggen: grondslag sparen en beleggen, bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- inkomen:
1º. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1º, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
2º. in de overige gevallen: inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 2º, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- modulair pakket thuis: modulair pakket thuis als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
- palliatief terminale zorg: zorg die betrekking heeft op de levensfase waarin de levensverwachting van de verzekerde naar het oordeel van de behandelend arts korter is dan drie maanden;
- peiljaar: tweede kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de verzekerde zijn recht op zorg tot gelding brengt;
- pensioengerechtigde leeftijd: pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.
- standaardpremie: bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag;
- vermogen: vermogen, bedoeld in artikel 3.3.1.2;
- volledig pakket thuis: integraal en volledig pakket thuis als bedoeld in artikel 3.3.2, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
- wet: Wet langdurige zorg;
- zak- en kleedgeld: bedrag, vermeld in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet;
- zorgprofiel: een algemene typering van vergelijkbare zorgbehoeften of beperkingen op dezelfde terreinen, waarbij de verzorgings-, verplegings-, begeleidings- of behandelingsdoelen naar aard, inhoud en globale omvang overeenkomen;
- zorgtoeslag: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de zorgtoeslag.

 

 

HOOFDSTUK  2

De verzekerden

 

Art. 2.1.1.
-1. De aanmelding, bedoeld in artikel 2.2.1, tweede lid, van de wet, geschiedt door inlevering van een volledig ingevuld en door of namens de verzekerde ondertekend formulier.
-2. Het Zorginstituut kan één of meer modelaanmeldingsformulieren vaststellen.

 

Art. 2.1.2.
-1. Terstond nadat de verzekerde is ingeschreven verstrekt de Wlz-uitvoerder hem een bewijs van inschrijving, dat de verzekerde, desverlangd, bij het tot gelding brengen van zijn recht op zorg kan overleggen.
-2. Het Zorginstituut kan een model vaststellen voor het bewijs van inschrijving, bedoeld in het eerste lid. Het Zorginstituut kan technische specificaties vaststellen waaraan een inschrijvingsbewijs moet voldoen als gebruik wordt gemaakt van een magneetstripkaart of een chipkaart.

 

Art. 2.1.3.
Indien het Zorginstituut met toepassing van artikel 35, derde lid, van de Zorgverzekeringswet zorgverzekeraars op de hoogte heeft gesteld van zijn constatering dat een verzekerde bij twee of meer zorgverzekeraars verzekerd is, is artikel 2.2.1, eerste lid, van de wet slechts van toepassing op de oudste inschrijving bij een zorgverzekeraar.

 

Art. 2.1.4.
-1. De inschrijving bij een Wlz-uitvoerder, bedoeld in artikel 2.2.1, tweede en vierde lid, van de wet, geldt gedurende één kalenderjaar. Indien een inschrijving later dan per 1 januari van een jaar tot stand is gekomen, geldt de

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.