Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-06-2017   Wijziging Stb. 2017, 55 Stb. 2017, 158
02-01-2017   Wijziging Stb. 2016, 527 Stb. 2016, 527
  Wijziging Stcrt. 2016, 53652 Stcrt. 2016, 53652
01-01-2017   Wijziging Stb. 2016, 527 Stb. 2016, 527
  Wijziging Stcrt. 2016, 53652 Stcrt. 2016, 53652
04-01-2016   Wijziging Stb. 2015, 520 Stb. 2015, 520
  Wijziging Stcrt. 2015, 42523 Stcrt. 2015, 42523
01-01-2016   Wijziging Stb. 2015, 520 Stb. 2015, 520
  Wijziging Stcrt. 2015, 42523 Stcrt. 2015, 42523
01-01-2015   Wijziging Stb. 2014, 520 Stb. 2014, 521
  Wijziging Stb. 2014, 441 Stb. 2014, 443
  Nieuwe regeling Stb. 2014, 420 Stb. 2014, 548
  Nieuwe regeling Stb. 2014, 420 Stb. 2014, 486
29-12-2014   Nieuwe regeling Stb. 2014, 420 Stb. 2014, 486
13-12-2014   Nieuwe regeling Stb. 2014, 420 Stb. 2014, 486

 

 

BESLUIT van 27 oktober 2014, houdende regels ter uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015)

 

     WIJ WILLEM-ALEXANDER, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

      Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 juli 2014, kenmerk 644936-123830-WJZ;
     Gelet op artikelen 1.1.2, vijfde lid, 1.2.2, derde lid, 2.1.4, vierde lid, 2.6.2, tweede lid, 2.6.5, tweede lid, 3.3, derde lid, en 5.4.1, derde en vijfde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 6, vierde lid, en 77 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, 4, eerste lid, van de Wet wettelijke grondslag BDU SIV, 29, derde lid, van de Mededingingswet, 40, eerste lid, van de Participatiewet, 1, tweede lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen, 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, 2, vijfde lid, van de Kaderwet militaire pensioenen, 15, derde lid, en 19, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning, 11, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968, 11, eerste lid, van de Tabakswet, 15, eerste lid, van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992, 5, eerste lid, van de Wet toelating zorginstellingen, 90, vijfde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, 13, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, 5, tweede lid, en 7, tweede lid, van de Veteranenwet en 16 van het Wetboek van Strafrecht;
     De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord advies van 1 oktober 2014, nummer W13.14.0265/III;
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 oktober 2014, 678491-128032-WJZ;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

HOOFDSTUK  1

Begripsbepalingen

 

Art. 1.1.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- belasting: ¹
1º. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: de over dat jaar verschuldigde inkomstenbelasting, bedoeld in artikel 2.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 9 van de Wet financiering sociale verzekeringen;
2º. in de overige gevallen: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 2º, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- bijdrage: bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget;
- grondslag sparen en beleggen: grondslag sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- inkomen:
1º. indien over het peiljaar een aanslag of navorderingsaanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 1º, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
2º. in de overige gevallen: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, onder 2º, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
- peiljaar: tweede kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor een bijdrage wordt vastgesteld;
- pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet;
- standaardpremie: het bedrag als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de zorgtoeslag;
- vermogen: vermogen als bedoeld in artikel 3.2;
- wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
- zak- en kleedgeld: bedrag als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet;
- zorgtoeslag: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de zorgtoeslag;
- zorgverzekering: verzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet.

1. Volgens de redactie dient boven de begripsbepaling van "belasting" een begripsbepaling te worden geplaatst, luidende:
- AMHK: advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 4.1.1 van de wet;.

 

 

HOOFDSTUK  2

Gelijkstelling vreemdeling

 

Art. 2.1.
-1. Voor de toepassing van de wet wordt met een Nederlander gelijkgesteld de vreemdeling die, na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000:
a. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating; of
b. binnen de termijn, genoemd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of, buiten die termijn, ingeval artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000.
-2. De gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, eindigt zodra:
a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist; of
b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven.

 

 

HOOFDSTUK  3

Bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget

 

§ 1.  Algemeen

 

Art. 3.1.
-1. Indien de gemeenteraad uitvoering heeft gegeven aan artikel 2.1.4, eerste lid, onderdeel b, of artikel 2.1.5 van de wet is een bijdrage verschuldigd.
-2. Paragraaf 2 is van toepassing op bijdragen, tenzij de paragraaf 3 of 4 van toepassing is.
-3. Paragraaf 3 is van toepassing op bijdragen voor beschermd wonen.
-4. Paragraaf 4 is van toepassing op bijdragen voor opvang.

 

Art. 3.2.
-1. Het vermogen van een persoon is zijn vermogensgrondslag, bedoeld in het tweede of derde lid, waarvan de volgende vermogensbestanddelen worden afgetrokken:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.