Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

Besluit Participatiewet

 

 

 

Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2017   Wijziging Stb. 2016, 355 Stb. 2016, 355
09-12-2016   Wijziging Stb. 2016, 478 Stb. 2016, 478
01-01-2016   Wijziging Stb. 2015, 453 Stb. 2015, 453
03-12-2015 01-01-2015 Wijziging Stb. 2015, 453 Stb. 2015, 453
01-01-2015   Wijziging Stb. 2014, 537 Stb. 2014, 537
  Wijziging Stb. 2014, 344 Stb. 2014, 344
06-01-2014   Wijziging Stb. 2013, 495 Stb. 2013, 494
01-01-2013   Wijziging Stb. 2012, 677 Stb. 2012, 677
  Wijziging Stb. 2012, 484 Stb. 2012, 531
  Wijziging Stb. 2012, 420 Stb. 2012, 420
  Wijziging Stb. 2012, 362 Stb. 2012, 329
26-09-2012   Wijziging Stb. 2012, 420 Stb. 2012, 420
01-01-2012   Wijziging Stb. 2011, 652 Stb. 2011, 651
  Wijziging Stb. 2011, 423 Stb. 2011, 645
  Wijziging Stb. 2011, 423 Stb. 2011, 423
  Wijziging Stb. 2010, 855 Stb. 2010, 855
01-01-2011   Wijziging Stb. 2010, 855 Stb. 2010, 839
06-10-2010 01-01-2009 Wijziging Stb. 2010, 707 Stb. 2010, 707
01-01-2010   Wijziging Stb. 2009, 396 Stb. 2009, 624
01-10-2009   Wijziging Stb. 2009, 284 Stb. 2009, 283
13-03-2009   Wijziging Stb. 2009, 115 Stb. 2009, 115
01-01-2009   Wijziging Stb. 2008, 589 Stb. 2008, 589
  Wijziging Stb. 2008, 576 Stb. 2008, 576
  Wijziging Stb. 2008, 349 Stb. 2008, 349
01-01-2008   Wijziging Stb. 2007, 470 Stb. 2007, 470
  Wijziging Stb. 2007, 314 Stb. 2007, 314
01-01-2007   Wijziging Stb. 2006, 714 Stb. 2006, 714
    Wijziging Stb. 2006, 714 Stb. 2006, 713
    Wijziging Stb. 2006, 450 Stb. 2006, 450
    Nieuwe regeling Stb. 2006, 379 Stb. 2006, 379

 

 

BESLUIT van 16 augustus 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet werk en bijstand (Besluit Wwb 2007) ¹

Redactie: ingevolge artikel I, onderdeel C, van het Besluit van 20 september 2014, Stb. 2014, 344, is het Besluit Wwb 2007 met ingang van 1 januari 2015 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Besluit Participatiewet.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 juli 2006, Directie Werk en Bijstand, nr. W&B/SFI/ 06/54989;
     Gelet op de artikelen 40, eerste lid, 69, tweede en derde lid, 70, tweede en derde lid, 73, derde lid, en 74, derde lid, van de Wet werk en bijstand;
     De Raad van State gehoord (advies van 13 juli 2006, nr. W12.06.0264/IV);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 augustus 2006, nr. W&B/SFI/06/62412;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

§ 1.  Algemene bepalingen

 

Art. 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Participatiewet;
b. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
c. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
d. Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
e. uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor de lasten van de door het college toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004;
f. gemeentelijke lasten op grond van de wet: de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand, met uitzondering van de algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers, en verstrekte loonkostensubsidies op grond van de wet, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
g. gemeentelijke lasten op grond van de Ioaw: de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de Ioaw, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
h. gemeentelijke lasten op grond van de Ioaz: de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de Ioaz, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
i. gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004: de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 18 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
j. toetsingscommissie: de toetsingscommissie vangnet Participatiewet, bedoeld in artikel 73 van de wet;
k. nettolasten: de nettolasten van het toekennen van algemene bijstand, uitkeringen en verstrekte loonkostensubsidies als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet;
l. in aanmerking komende nettolasten: de nettolasten op grond van de wet, de Ioaw, de Ioaz en het Bbz 2004, verminderd met de bedragen die blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dat deel uitmaakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt;
m. gemeentelijke netto-uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen: de netto-uitgaven van een gemeente aan algemene bijstand voor dak-, thuis- en adreslozen, welke worden ontleend aan het Stelsel van sociaal-statistische bestanden (SSB) van het Centraal bureau voor de statistiek, in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
n. totale gemeentelijke netto-uitgaven aan uitkeringen PW, Ioaw en Ioaz: de totale netto-uitgaven aan uitkeringen op grond van de wet, de Ioaw en de Ioaz, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische Bestanden (SBB) van het Centraal bureau voor de statistiek, in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
o. vergunninghouder: vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van de Huisvestingswet 2014;
p. beschikbare macrobudget: het totale bedrag dat beschikbaar is voor de uitkering, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet, verminderd met het bedrag dat in dat uitkeringsjaar beschikbaar wordt gesteld voor de vangnetuitkering voor zover dat bedrag niet op grond van artikel 74, tweede lid, van de wet is vastgesteld.

 

 

§ 2.  Uitkering

 

Art. 2. Vaststelling aantal inwoners
-1. Voor de vaststelling van het aantal inwoners in dit besluit geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de uitkering wordt vastgesteld.
-2. Het aantal inwoners wordt ontleend aan de statistiek "Demografische kerncijfers per gemeente" van het Centraal bureau voor de statistiek.

 

Art. 3. Berekening uitkering gemeente
-1. De uitkering voor een gemeente wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.